Betrokkenheid
Vanuit de onderzoeksliteratuur weten we dat de wijze waarop de omgeving omgaat met een mens met schizofrenie, van invloed is op het verdere verloop van die ziekte. Dat geldt voor familie maar ook voor hulpverleners en directe omgeving. Wanneer men positief staat tegenover de patiënt, heeft men de neiging de patiënt minder controle over zijn eigen gedrag toe te schrijven. Staat men kritischer tegenover de patiënt, dan heeft men de neiging de patiënt meer controle over zijn eigen gedrag toe te schrijven.
Anders gezegd: als men de patiënt minder graag mag, geeft men hem meer zelf de schuld van zijn problemen en van zijn moeilijk gedrag. Als men de patiënt aardig vindt, ziet men het gedrag meer voortkomen uit de ziekte. Het is niet duidelijk hoe het zit met de oorzaak en het gevolg. Vind je iemand aardiger als je het idee hebt dat hij zelf niets aan zijn problemen kan doen? Of, heb je de indruk dat iemand niets aan zijn problemen kan doen, vooral omdat je zo op hem gesteld bent?
In ieder geval gaat het om een algemeen verschijnsel. Hetzelfde proces speelt zich bij de familieleden van de patiënt af. We weten al dat een belangrijke factor bij het ontwikkelen van een niet te overdreven kritische houding ten opzichte van je kind is, dat je gaat zien dat een aantal aspecten van zijn gedrag voortkomen uit onvermogen en niet (altijd) vanuit kwade opzet.
