Schizofrenie en wiskunde vervolg

(A Beautiful Mind -2004)

Een ander sprekend voorbeeld is de zogenaamde niet euclidische geometrie. Binnen de euclidische geometrie geldt het direct inzichtelijke axioma dat er door een punt buiten een gegeven lijn, slechts een lijn evenwijdig aan de gegeven lijn kan worden getrokken. In de 19e eeuw overschreden een aantal wiskundigen, onafhankelijk van elkaar, dit axioma. Ze kwamen tot de, op het eerste gezicht, absurde stelling dat er door een punt buiten een gegeven lijn, meerdere lijnen paralel aan de gegeven lijn kunnen worden getrokken. Met deze nieuwe stelling, ontwierpen zij een nieuwe geometrie, de zogenaamde non - euclidische geometrie. Dit leek een zuiver theoretisch spel zonder enige praktische relevantie. Totdat aan het begin van de 20e eeuw Einstein met behulp van de niet - euclidische meetkunde, zijn relativiteitstheorie kon beschrijven, die uitgaat van geheel nieuwe dimensies in ons bestaan.

De mens heeft het bijzondere vermogen in zich om haaks op de gebruikelijke opvattingen en ideeën van zijn omgeving te kunnen staan. Zonder dat vermogen zou er geen wiskunde, filosofie en theologie bestaan. Zonder dat vermogen zou er geen vooruitgang zijn. En zonder dat vermogen zou schizofrenie vermoedelijk niet bestaan. Schizofrenie is een uiterste consequentie van een eigenschap inherent aan de menselijke natuur, namelijk dat we haaks op de werkelijkheid kunnen denken, voelen en ervaren.

Het is niet mijn bedoeling de ziekte schizofrenie om te toveren tot een verborgen genialiteit. Er is geen verband tussen hoogbegaafdheid en schizofrenie. Mensen met schizofrenie zijn trouwens ook niet dommer, er mankeert niets aan hun verstand. Schizofrenie is een volstrekt democratische ziekte, die ieder mens op een willekeurig moment kan treffen. Je gaat niet beter denken als je deze ziekte hebt. John Nash kon geen wiskunde meer op hoog niveau bedrijven, na het uitbreken van zijn ziekte. Mensen met schizofrenie hebben ook geen profetische gaven, althans niet meer dan ieder ander mens.

Schizofrenie is een universele ziekte. In iedere samenleving komt deze ziekte voor. Elke cultuur kent ook een spanningsveld tussen wat normaal en geaccepteerd is en wat vreemd en anders is. Het vreemde krijgt een plaats toebedeelt aan de zijlijn, in de marge van de samenleving. We kunnen niet zonder het vreemde, maar hebben het niet graag in ons midden. Schizofrenie vertegenwoordigt het vreemde, het andere in onze samenleving, zonder dat degene die aan schizofrenie lijdt daar voor gekozen heeft, het blijft iets dat een mens overkomt.

Als het gaat om psychiatrische stoornissen hebben we het meestal niet over de tegenstelling tussen vreemd en normaal, maar ziek en gezond. Dat is een comfortabele tegenstelling. Je bent ziek of gezond. Als je gezond bent doe je mee en als je ziek bent sta je aan de zijlijn. Als samenleving zijn we nogal beperkt op dat gebied. Mensen met schizofrenie passen niet in deze strakke tweedeling. Ze zijn te kwetsbaar en hebben teveel aan hun hoofd om een volledig normaal leven te leiden. Een normale baan, met de hoge eisen die daar tegenwoordig aan gesteld worden is teveel gevraagd. Maar de kwaliteiten die ze te bieden hebben, mogen niet verloren gaan, door ze als invalide aan de kant te zetten. Boeiend wordt een leven met schizofrenie als het andere naast het normale plaatsneemt in de samenleving iteindelijk kreeg hij, bijna 40 jaar later, voor deze ontdekking de Nobelprijs.