Waarom we (soms) eenvoudige antwoorden geven(vervolg)

(Wat maakt het verschil - 2006)

Jaren later is mijn tante eenmaal gedwongen opgenomen geweest. Ook toen is er nooit een diagnose medegedeeld. Rede van opname was een beenwond, die ze niet goed verzorgde en waaraan ze dreigde te overlijden. (Het was nog de tijd, dat de politiek nog niet zo enthousiast was over gedwongen opnames.) Ze werd verzorgd – even was er sprake van beschermd wonen, maar uiteindelijk ging dat toch niet door. Mijn vader had contact met drie verschillende maatschappelijke werkers – vaak was het antwoord: belt u over zes weken nog eens terug meneer, dan hebben we vergadering gehad. Een psychiater heeft hij nooit gesproken.

Uiteindelijk is ze naar haar flat teruggekeerd. Ze heeft nog enkele jaren geleefd in eenzaamheid. Haar vader, mijn opa, die haar nog regelmatig opzocht, was inmiddels overleden. Mijn vader belde haar regelmatig. Toen ze voor de derde dag de telefoon niet opnam, belde hij de politie. Ze forceerde de deur en troffen haar dood op de vloer aan. Uitdroging, na een val. In de periode daarvoor was ze al door ondervoeding sterk uitgeput. In haar flat werd ook een potje met pillen aangetroffen: Haldol, en eens per maand bleek een man van de RIAGG langs te komen. Wij wisten van niets.

Nog een aantal jaren later, heeft mijn oma, die inmiddels in de negentig was, me een aantal malen aangesproken over mijn tante. Omwille van mijn werk, durfde ze er tegen mij over te beginnen. Ze had een televisieprogramma gezien over schizofrenie. Het was ineens zo duidelijk. Hadden ze dat vroeger maar geweten. Nu snapte ze waarom haar dochters zo anders was. Hoe eenzaam was haar dochter in deze ziekte geweest.

Je kan beter tegen elkaar roepen, met elkaar ruzie maken, dan helemaal niets zeggen. Ik ben niet zo bang voor een conflict. Met menig ouder hier, heb ik een pittige discussie gehad. Omdat we beide dachten de beste oplossing in huis te hebben. De koppen tegen elkaar. Vrijwel altijd heeft dit naderhand tot een goede verstandhouding geleid. Veel van het werk dat we hier in Zeeuws – Vlaanderen doen, is gebaseerd op een goede verstandhouding met de ouders. Maar aan die goede verstandhouding zijn vele emotionele momenten vooraf gegaan. Dat kan ook niet anders. Het gaat tenslotte om je kind, je partner of je eigen vader of moeder.

Ik geloof dat in de spanningen tussen ouder en kind, in die conflicten waar ook de hulpverlener deel van uitmaakt, zelfs al – hoe ver verwijderd dan ook – de oplossing ligt. Want – en nu komen we wat mij betreft voor het eerst in de richting van een antwoord wat het verschil maakt – uiteindelijk moeten familieleden en naastbetrokkenen, cliënten en hulpverleners het samen opknappen. Dat is voor mij een diepgaande overtuiging geworden die ik in de praktijk verworven heb. Geen van deze partijen, heeft alleen het antwoord op zak (behalve dan eenvoudige antwoorden.) Een cliënt kan volledig door zijn ziekte worden meegesleurd. We hebben dan familie nodig, mensen die om de cliënt geven, die aan de bel trekken, en zeggen: we hebben jullie hulp nodig, want dit is onze zoon of dochter niet meer. Cliënten vallen ook altijd weer terug op hun familieleden, hoe boos ze soms ook op hun dierbaren zijn. Het antwoord op de beste behandeling moet samen gevonden worden, alleen al daarom kunnen er geen eenvoudige antwoorden zijn.