Een teken aan de wand
(Wat maakt het verschil - 2006)
Het is zelfs niet uitgesloten dat schizofrenie als ernstige psychiatrische stoornis in de omvang en de ernst van het verloop zoals wij die in het Westen kennen, een typisch Westers verschijnsel is. In de Westerse wereld wordt een sterke aanspraak gedaan op de mens als individu. Ieder mens moet het alleen kunnen rooien. We kunnen steeds minder terugvallen op familie of een groep. Van ons allemaal wordt verwacht, dat we een eigen mening hebben, een zelfstandig leven leiden en opgewassen zijn tegen de alsmaar hoger wordende eisen van de tijd. Het is niet uitgesloten dat de wijze waarop onze samenleving nu is georganiseerd, gewoonweg een te zware belasting vormt. Niet alleen voor mensen met een psychiatrische ziekte – maar voor alle mensen. Alleen zijn de mensen met een gegeven (biologisch – genetische) kwetsbaarheid – degene die het duidelijkst de dupe worden, van de hoge eisen die onze samenleving aan het individu stelt.
Dit lijkt wellicht wat abstract of vergezocht, maar met concrete voorbeelden kunnen we deze gedachtegang gemakkelijk voor ogen halen. Van ieder mens wordt verwacht dat hij zelfstandig kan wonen. Dat hij een eigen weg volgt en niet in de beschermende omgeving blijft van het gezin. Stelt u zich maar eens voor, wat voor reacties het losmaakt als een intelligente, gevoelige jongeman of vrouw, niet gaat studeren en bij de ouders thuis blijft wonen. Of wanneer deze jonge persoon na een periode van ‘overspannenheid’ thuis blijft wonen. Wordt het niet tijd dat hij of zij op eigen benen gaat staan, is dan al snel de vraag. En: jammer toch dat hij met zo’n opleiding nu onkruid aan het wieden is op een biologische boerderij.
In de Westerse samenleving worden mensen alsmaar sneller ziek en laat het herstel langer op zich wachten. Zowel de manisch – depressieve stoornis als de depressieve stoornis ontstaan op steeds jongere leeftijd. Ook bij schizofrenie lijkt de leeftijdsgrens naar voren te schuiven. De ernstige psychiatrische stoornissen ontstaan vooral tussen de 17 en de 23 op het moment dat bij de jonge mensen voor het eerst een sterke aanspraak wordt gedaan op het zelfstandig functioneren. De vraag is of we het vroege ontstaan en het dikwijls ongunstige verloop van de psychiatrische stoornis niet als een teken aan de wand moeten beschouwen van de wijze waarop we in deze samenleving met de mens als individu omgaan.