Inleiding Soft Meanings 2
(Soft Meanings - 2007)
En als we ons dan zelf de schuld niet geven, dan hebben ‘hulpverleners’ daar wel voor gezorgd. Er werd (en dikwijls wordt dat nog) een rechtstreeks verband verondersteld tussen de opvoeding van de kinderen en de psychische gezondheid van de kinderen. Als er iets mis was met de kinderen – dan lag het aan de opvoeding. En zo is het in de wereld gekomen dat schizofrenie bij de jonge mens – of een andere ernstige psychiatrische stoornis zoals borderline of de manisch – depressieve stoornis, ‘de schuld’ was van de vader of moeder. Of dan toch de schuld van een gezin, dat niet goed in elkaar zat, maar dat kwam dan toch voor vader en moeder op hetzelfde neer, want wie anders was verantwoordelijk voor het gezin?
Dit is een verschrikkelijke tijd geweest voor ouders van kinderen met een ernstige, psychiatrische stoornis, die tot op de dag van vandaag zijn sporen heeft nagelaten. De familievereniging Ypsilon komt in feite voort uit deze onterechte beschuldigingen gericht aan het adres van de ouders. Stel jezelf voor: je zoon of dochter begint zich rond het 18e levensjaar vreemd te gedragen. Ze sluiten zich af van de wereld, je hebt er geen contact meer mee. Je voelt dat ze niet meer dezelfde zijn, zonder dat je precies de vinger kan leggen op wat er aan de hand is. Totdat het echt uit de hand loopt, je kind bizar gedrag vertoont, extreem druk wordt of juist heel stilletjes. Je komt bij de psychiater, je kind krijgt (eventueel) een diagnose en vervolgens word je verteld wat je verkeerd doet in de opvoeding en dat het hele gezin nodig in therapie moet! Dat was tot ver in de jaren ’80 de praktijk van alledag. Je had die vaststelling van die psycholoog of psychiater echt niet nodig om je schuldig te voelen, maar dan begin je helemaal te twijfelen aan jezelf.
Tegelijkertijd hebben veel ouders altijd het gevoel gehad dat het niet klopt. Ondanks hun eigen schuldgevoel, wisten ze dat het hier om wat anders ging dan gewone opvoedingsproblemen. Iedere ouder weet wel dat er een verband bestaat tussen het eigen doen en laten en dat van de kinderen. Maar in het geval van een psychiatrische aandoening is dat van een totaal ander niveau. Het gaat dan om de dingen waar je letterlijk met je verstand niet meer bij kan. Het kenmerkende van een psychiatrische aandoening is juist dat het gedrag van de ander zich onttrekt aan wat we kunnen aanvoelen in een normale relatie. Als zoon of dochter veel te laat thuis komt, zijn we het daar niet mee eens maar we snappen het wel. Maar als dochter ineens alle plezier in het leven verliest, is dat voor ons niet meer te volgen en voelen we onszelf onzeker. Voor kinderen van een vader of moeder die lijdt aan een psychiatrische ziekte is dat niet anders. Als kind is het echt niet moeilijk te begrijpen, dat je vader uit zijn dak gaat, wanneer je thuiskomt met een slecht rapport. Lastiger is het wanneer je thuiskomt en je hoort dat je moeder ‘ziek’ is, ze wil niet meer uit haar bed komen, maar ze heeft toch geen griep of hoofdpijn en de dokter komt maar weinig langs. Zachtjes sluip je door het huis – maar onvermijdelijk komt toch het moment, dat je ruzie maakt met je broertje of zusje – en een oppas roept: kunnen jullie niet wat stiller zijn, zo wordt je moeder nooit beter. Beter? Beter waarvan, denk je dan – maar dat durf je niet te zeggen en zo nestelt het schuldgevoel zich in jou.