Inleiding Soft Meanings 3

(Soft Meanings - 2007)

Voor kinderen van een zieke vader of moeder is het heel belangrijk dat er iemand in hun omgeving is – die de nauwe band – het je verbonden voelen met het lot van je psychisch zieke ouder kan relativeren. Dat blijkt ook uit allerlei onderzoek. Kinderen die zich vereenzelvigen met hun psychisch zieke ouder, behouden later zelf veel klachten. Als je denkt, ik moet mijn moeder beter maken, ik moet bij haar zijn – ga je kopje onder in de schuld. Het beste zijn eigenlijk die kinderen af, die gewoon kunnen zeggen: die vader of moeder van mij is af en toe (of regelmatig) een beetje gek. Ik moet me daar niet teveel van aantrekken. Als het nodig is, zal ik wel wat doen of wat rustiger zijn, maar verder ga ik gewoon mijn eigen gang. Er zijn maar weinig kinderen (je hebt er wel) die deze houding spontaan vanuit zichzelf kunnen aannemen. Dan is het goed een gezonde vader of moeder in de buurt te hebben of een verstandige oma of opa – die je daar op wijst, neem nou maar een beetje afstand joh – want veel kan je er toch niet aandoen. Zo werkte het vroeger in die grote gezinnen nou ook, het vreemde familie lid werd geaccepteerd binnen het grote geheel, zonder dat iemand zich nu echt voor 100% volledig persoonlijk verantwoordelijk voelde.

Het zou wel gemakkelijk zijn als je als vader of moeder van een kind met een psychiatrische ziekte – ook zo’n verstandige ouder in de buurt had. Iemand die je af en toe even bij de arm zou nemen om te zeggen, wat je ook doet – of hoe je het ook anders gedaan had – die zoon of dochter van jou is niet altijd voor rede vatbaar. Hij of zij leeft zo in een eigen wereld, daar kom je gewoon niet bij – hoe graag je ook zou willen. Je kan helpen waar mogelijk, een helpende hand bieden als er om gevraagd wordt – maar je kan ook heel veel niet. Dat is onmacht. Een onmacht die meestal nog overdekt wordt door schuldgevoelens. Als ouder je kind niet kunnen helpen: wat is er erger. Wanneer het je alleen al lukt om van schuldgevoel naar de ervaring van onmacht te gaan – dat is: een duidelijk besef van niet te kunnen helpen zoals je eigenlijk zou willen helpen – dan ben je al een stap verder.

Inmiddels zijn we in de 21 eeuw aanbeland. De situatie is veranderd. Diagnoses worden eerder en duidelijker gesteld en opener besproken. Schizofrenie, depressie, manisch – depressieve stoornis zijn nu welomschreven ziektebeelden – waarbij duidelijk wordt gemaakt dat je daar als ouder (of als kind) niets aan kunt doen. Het vreemde, beangstigende gevoel dat je had, dat je kind je aan het ontglippen was, is nu objectief gemaakt. Inderdaad is je kind anders, het lijdt aan een psychiatrische ziekte. En eigenlijk is er niets wat je kan doen. Ja, lid worden van Ypsilon en met andere ouders spreken over je ervaring. Je laten voorlichten en kennis opdoen. Maar de band tussen ouder en kind is verbroken. Je hoeft geen schuldgevoel meer te hebben – maar wat blijft er nu nog over. Je bent ouder van een kind met een psychiatrische stoornis. Einde verhaal?

Als kind van ouders met een ‘officiële’ psychiatrische stoornis – ben je tegenwoordig, in hulpverleningsjargon KOPP kind. Ik vergeet altijd wat die term betekent. Dat je hoofdpijn krijgt van die gekke ouder van jou – of anders wel van die hulpverleners die aan je kop lopen te zeuren. Ook als kind moet je je niet meer schuldig voelen. Je kan er niets aan doen. Pa is schizofreen of ma is manisch – depressief, richt je verder maar op de gezonde grote mensen in je omgeving.

Dat is de stand van zaken nu. Met de huidige kennis van zaken is het niet moeilijk om alle ‘betrokkenen’ van hun schuldgevoel af te helpen. Maar is dat wat we echt willen. Onderhuids blijft er toch iets knagen. Het blijft wel onze zoon of dochter, onze vader of moeder om wie het gaat. Goed ik moet me niet meer schuldig voelen. Maar hij of zij komt wel uit mij voort. Of ik ben zelf voortgekomen uit die gekke vader of moeder. Kan je daar zomaar afstand van nemen? Willen we daar zomaar afstand van nemen?